De achtergrond van Babels erfenis


In 1866 verdaagde de Société Linguistique de Paris de discussie over de 'glottogenese', de oorsprong van taal. De heren taalkundigen kwamen niet verder dan wilde speculatie. Het opschorten werkte misschien voor de linguisten maar tussen toen en nu is er geen weldenkend mens geweest die zich niet heeft afgevraagd wie nou het eerste woord of de eerste zin sprak en wat de eerste spreker dan wel zei. Sinds een jaar of vijfentwintig staat de discussie ook weer op de agenda van de taalkundigen. En wordt er weer vrolijk zin en onzin over het heikele onderwerp verkocht.

In zijn boek Zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap heeft de sanskritist Frits Staal zijn inzichten over de kwestie voor een breed publiek toegankelijk gemaakt. Zijn boodschap is dat we niet teveel waarde moeten hechten aan het joods-christelijke scheppingsverhaal waarin taal begint met een Adam die namen gaf aan het vee, de vogels en de overige dieren. Want waar haalde deze Adam de grammatica vandaan? Nadat Staal een drieduizend jaar oud vuurritueel in India bestudeerd had, leek het hem niet uitgesloten dat Adam aanvankelijk als een kwetterende vogel door het leven is gegaan. '... onze voorouders zongen en prevelden mantras gedurende een lange periode van hun evolutie en kwamen er pas laat op hier op systematische wijze betekenis aan vast te knopen: toen werd de taal geboren.' Maar, nuanceert Staal, 'aan het eind van onze reis naar het Oosten kan ik geen enkele conclusie aanbieden die direct licht werpt op het ontstaan van de taal'. En wie een Toren van Babel wil zien, moet naar een bijeenkomst van taalkundigen komen.

Babels erfenis hoopt te laten zien wat in het geval van één taal of een kleine groep verwante talen met enige zekerheid gezegd kan worden over de aard, de geschiedenis, de cultuur van die taal. Duidelijk zal worden dat er mensen zijn die talen spreken met een geschiedenis die vele malen verder teruggaat in de tijd dan de drieduizend jaar dat Staals vuurritueel wordt uitgevoerd. Wat kunnen we van die geschiedenis weten? Wat kan die geschiedenis vertellen over de oorsprong van een taal of van taal? Wat betekent dat voor onze kijk op dêedenis van de wereld? Wat betekent die geschiedenis voor de wereld van nu? En, als het zou kunnen, de wereld van morgen.

In barre omstandigheden is de behoefte aan één taal groot. Want wat is identiteit? 'Als je in een ver en vreemd land in de gevangenis zit,' begint de antropoloog Wim Koot zijn antwoord 'ben je dolblij als er nog een andere Nederlander zit, zelfs als het iemand is met wie je in Nederland niks te maken zou willen hebben omdat hij politiek fout is of zich nooit wast.' Praten maakt vrij. Maar wat zeg je dan? 'Als je die Nederlander gevonden hebt, zit je direct in het wij/zij-denken.'
Toen het IJzeren Gordijn scheurde, is het een tijdlang in de mode geweest om over het eind van de geschiedenis te spreken. Het gevecht tussen kapitalisme en communisme zou zich op alle gebieden oplossen in een sociaal, democratisch, liberaal en mondiaal kapitalisme. Misschien zou niet iedereen dezelfde taal spreken maar over hoe de wereld moest worden ingericht zou iedereen het eens zijn.
Maar kennelijk zijn de omstandigheden bar. Mensen zoeken andere mensen op die dezelfde taal spreken en beginnen vervolgens te denken in wij en zij. Om erachter te komen dat zij terugpraten. Bijgevolg moeten de atlassen worden herdrukt. Er ontstaat een lappendeken van landen, culturen en volken met namen die vergeten zijn maar wel voorkomen in de postzegelalbums van onze reeds lang overleden grootvaders. De hoop op één, gemeenschappelijke geschiedenis van de wereld heeft het te doen met een werkelijkheid van vele, over en weer ondoorgrondelijke geschiedenissen. Het bouwen van de Toren van Babel is stil gelegd omdat er in te veel verschillende talen wordt gesproken.

Nu het werk stil ligt, lijkt het nuttig eens te luisteren naar wat deskundigen over Babels erfenis hebben te zeggen. Ze uitspraken te ontlokken over de geschiedenis van de mens voordat die tot geschiedenis van de westerse mens werd verengd.
Daarbij zullen heilige huisjes omvallen. De anderen blijken noch de wilden te zijn waarvoor wij hen in de koloniale tijd namen, noch de edelen die mensen met een hang naar het exotische en esoterische van hen maakten en maken. En wij zijn noch louter brenger van onheil geweest, noch louter brenger van zegeningen. Er zijn vele wij's en vele zij's. Met daartussen taal en talen die vaak met andere middelen kracht worden bijgezet.

Het sprookje van de Toren van Babel is misschien wel verzonnen om onszelf wijs te maken dat we elkaar nu weliswaar niet begrijpen maar toen, voor onze tijd, wel. De droom van eenheid verzacht de waarheid van verscheidenheid. Babels erfenis is schamel maar herinnert ons aan betere tijden die nooit bestaan hebben.

Fred Dijs, januari 1996


<<<

Beeld * Tekst * Uitleg * Leven * Thuis

© fred dijs, In beeld, tekst en uitleg, 1996