Vloeken en tellen bij de Korowai van Irian Jaya



De Korowai zijn een Papoea volk van zo'n drieduizend mensen die leven in het zeer moeilijk toegankelijke regenwoud direct ten zuiden van de centrale bergketen in zuidoostelijk Irian Jaya, tussen de Eilandenrivier en de Beckingrivier. Slechts enkele clans hebben vanaf 1980 contact met de buitenwereld gehad, de meerderheid leeft nog steeds in isolement.

Opvallende elementen in hun cultuur zijn het gebruik van stenen bijlen, het wonen hoog boven de grond in boomhuizen (12 tot 45 meter hoog), een fascinerend vruchtbaarheidsritueel, het zogenaamde sagowormen-feest, een obsessie met kannibalisme, die een intense interne aggressie met zich meebrengt, en tenslotte een sterke neiging tot het zich terugtrekken diep op de eigen clangronden en hoog in veilige boomhuizen, mede het gevolg van eeuwenlang koppensnelterreur door zuidelijker groepen zoals de Citak-Asmat. De laatste aanval van de Citak-Asmat op de Korowai was in 1966.
De Vries zal eerst een beknopt algemeen beeld schetsen van de talen in dat deel van de wereld en de plaats van de Korowai taal en cultuur daarin. Daarbij wordt de korte documentaire Korowai vertoond, gemaakt door Dea Sudarman voor de Indonesische Academie van Sociale Wetenschappen. Daarna zal De Vries twee onderwerpen uitwerken: vloeken en tellen bij de Korowai. In de loop van die bespreking probeert hij te laten zien wat hij bedoelt met 'het beschrijven van een taal in zijn culturele context', een belangrijke doelstelling in de antropologische taalwetenschap.
De Korowai tellen met behulp van delen van het lichaam (vingers, armdelen, delen van het hoofd). Het hoogste getal is ménsenan, vijfentwintig, letterlijk 'pink aan de andere kant'. Gebaren zijn een wezenlijk deel van deze telwoorden.

Vloeken en krachttermen zijn ontleend aan twee domeinen: namen van geesten en woorden voor vriendschappelijke relaties. Deze twee domeinen hebben te maken met respectievelijk taboe en macht (geesten) en met solidariteit (vriendschap).



Lourens de Vries met zijn Korowai-vriend Khane39K


Lourens de Vries

Lourens de Vries (geb. 1955) studeerde Algemene Taalwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en promoveerde in 1989 aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over Kombai en Wambon, twee talen van Irian Jaya, het oostelijke deel van Nieuw-Guinea. Zijn specialisatie is de beschrijving van onbekende, ongeschreven Papoea talen in hun culturele context. In het kader van verschillende projecten bracht hij tien jaar door in afgelegen delen van Irian Jaya. Momenteel is hij verbonden aan het onderzoeksproject ISIR (Irian Jaya Studies) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek om de Inanwatan taal van de MacCluer Golf te bestuderen.
Zijn voornaamste publikaties zijn The Morphology of Wambon (Leiden, 1992, met Robinia Wiersma), Forms and Functions in Kombai (Canberra, 1993) en The Korowai of Irian Jaya (Oxford/New York, herfst 1996, met Gert van Enk).



Uit een Korowai oorsprongsverhaal:

Zij worstelden met het probleem dat er geen andere mensen waren. Toen greep de oudere broer de jongere en sneed zijn penis en scrotum eraf. Vervolgens had hij sex met hem maar het voelde niet goed en daarom smeerde hij zijn penis met het vet van de khayal vis en had weer sex maar het was nog steeds niet goed. Toen smeerde hij met het vet van de malan slang, had weer sex maar het was nog steeds niet lekker. Tenslotte gebruikte hij het vet van een sagoworm uit een milon sagopalm en hij zei, 'tsjonge, dit is erg lekker, kon het altijd maar zo blijven maar helaas is het taboe voor broers om zo te doen.'


<<<

Beeld * Tekst * Uitleg * Leven * Thuis

© fred dijs, In beeld, tekst en uitleg, 1996