|
Het moet in de jaren
zeventig zijn geweest of daaromtrent. Het preciese jaar is te achterhalen.
Ik was al bij twee vrienden een eetbord met ingebakken verfresten tegengekomen.
Dat idee stond mij dermate aan dat ik lid werd van de club die dat soort
ideeën genereerde en aan mensen toezond. Kunst per PTT. De Enschedese
School. Niet lang daarna verzeilde ik daadwerkelijk in Enschede. Het beroep
theater voert je naar alle uit hoeken van het land nietwaar? En ik had
een afspraak gemaakt de School daar te ontmoeten. Ik wilde wel eens weten
waar die dwaze zaken die mij per post bereikten en die mij altijd een prettig
humeur bezorgden, vandaan kwamen. Met name hun geknut sel met twee Revox
smaltape opname machines boeide mij. Zo belandde ik na afloop van het werk
met de School in een typisch enschedesche half smokkel onderwereld en half
slordige studenten kroeg. De avond was vrolijk, heftig, nuttig, verfrissend.
Het drankverbruik zo stevig dat lid Johan Visser zich tot slot wel genoodzaakt
zal hebben gevoeld mij een slaapplaats te verschaffen. In feite begint
het verhaal hier pas. Midden in de nacht werd ik wakker. Met een gort droge
mond. Dorst, dorst. Ik deed het licht aan in de woonkamer. Daar sliep ik
op de bank en zag tot mijn grote vreugde vlak bij mij op een schap van
de moderne open kast een flesje Coca-Cola staan. Het mooiste flesje ter
wereld! Ervaren student als ik was opende ik het flesje aan de deur en
klokte het in een teug weg. Aaaaah! De volgende ochtend ziet Johan V. het
lege flesje staan en schrikt zienderogen. 'Heb jij dat flesje opgedronken?'
Ik beaam dat dat precies was wat ik nodig had vannacht. 'Maar dat was een
flesje uit 1953!' Ik had in mijn vochtlust een waardevol artefact, een
belangrijke hoeksteen uit een collectie, wellicht een onderdeel van een
later groepskunstwerk opgedronken. 'Maar hoe smaakte dat dan?' wilde Johan
weten, terwijl hij mij bezorgd aankeek. Ik verzekerde hem dat er met de
smaak van dat bewuste flesje niets mis was geweest. Ik stel voor de fles
opnieuw te vullen met verse Cola en dan de dop er terug op te flansen.
Niemand merkt dat immers. Maar zoiets doen kunstenaars niet. 'Het moet
de suiker zijn' bedenkt Johan. 'Dat werkt als preserveringsmiddel.' Suiker
of niet, gelooft u mij, 1953 is een goed Cola jaar. BRAM VERMEULEN |
Beeld * Tekst * Uitleg * Leven * Thuis
© fred dijs, In beeld, tekst en uitleg, 1996